hermanl

Overwinteraars in en rondom het huis


In dit koude, gure jaargetijde willen wij, mensen, graag de beschutting van onze woning opzoeken. De dieren in de natuur rondom ons huis hebben ook beschutting gezocht tegen de koude en dat doet eenieder op zijn eigen manier.
Het meest fraaie voorbeeld van aanpassing aan de slechtere omstandigheden buiten is wel de wijze waarop het citroentje, een vlinder, de winter doorbrengt.
Hij overwintert als volwassen exemplaar en wel buiten hangend aan een tak van bijvoorbeeld een hulststruik. Door zijn kleur en vorm lijkt hij op een blad en wordt dus niet door een hongerige vogels als potentiële maaltijd opgemerkt. Om geen last te hebben van de kou verandert deze vlinder zijn bloed in een soort antivries zodat hij rustig vele graden vorst ongeschonden kan doorstaan. Stijgt de temperatuur dan verandert de antivries weer in bloed en onze vlinder kan gaan vliegen.
De citroenvlinder is dan ook de eerste vlinder die we op het einde van de winter begin van het voorjaar zien vliegen.
Een andere vlinder, de gehakkelde aurelia, overwintert ook als vlinder. Hij is echter niet zo winterhard als de citroenvlinder en zoekt daarom dan ook vaak menselijke bewoning op om in te overwinteren. Een beschutte plek in de schuur of zelfs op zolder is dan ook een mooie schuilplaats om het voorjaar in af te wachten.
Andere overwinteraars zoeken nu de beschutting weliswaar niet in maar toch vlak bij onze woningen. Het zijn vogels die, als het weer kouder wordt en vooral als er sneeuw ligt, onze tuinen weten te vinden. Vogels hebben in vergelijking met hun lichaamsgewicht veel voedsel nodig. Dat komt omdat hun lichaamstemperatuur met 40 graden veel hoger dan die van ons. Dus bij koud weer verliezen ze ondanks hun isolerende verenkleed veel warmte, daarom moeten ze veel eten.
Ook kost vliegen meer energie dan lopen of kruipen en ook die energie moet uit het eten komen.
Vogels die het hele jaar door in onze tuin wonen maar die we in de zomer nauwelijks te zien krijgen en alleen maar horen, bijvoorbeeld roodborst en winterkoning, leggen daarom nu hun schuwheid af en komen uit de dekking tevoorschijn.
Herman Beuvens