De column van Herman
Mei 2010
De zomermaand
Deze maand eindigt de lente en begint de zomer. We hebben dan de langste dag en de kortste nacht van het jaar, een dag die het begin van de zomer aankondigt. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de maand juni vroeger de zomermaand heette. De naam juni is waarschijnlijk afgeleid van de naam van de Romeinse godin Juno, de vrouw van de oppergod Jupiter.
De zomermaand is ook de maand waarin het graan gaat rijpen. Daarmee bedoel ik niet de graansoort die ons tegenwoordig overal het uitzicht op het landschap ontneemt de maïs maar de 'ouderwetse' graansoorten: rogge, tarwe, haver en gerst.
In dat ouderwetse graan, vooral de rogge, groeide vroeger een paddestoeltje, een schimmel, claviceps purpurea of, in het Nederlands, het moederkoorn.
Het verschijnt als dikke, donkere vergroeiingen de zogenaamde sclerotiën aan de aren.
Tegenwoordig, nu het zaaigoed degelijk is ontsmet, komt deze schimmel in de rogge niet meer voor. Gelukkig maar want nog steeds zijn de epidemieën berucht die in de middeleeuwen in grote delen van europa hebben huisgehouden. Vele duizenden doden en verminkten waren toen slachtoffer van het zogenaamde Sint-Antonisvuur.
Veel en veel later heeft men ontdekt dat dit Sint-Antonisvuur een vergiftiging is die werd veroorzaakt door dat moederkoorn. Deze vergiftiging ontstond door het eten van brood dat bereid was van vooral rogge die door die schimmel was aangetast.
Vooral in tijden van hongersnood en misoogsten moest men vaak genoegen nemen met rogge van slechte kwaliteit die sterk verontreinigd was met moederkoorn.
De giftige stoffen die hiervoor verantwoordelijk behoren tot de groep van de alkaloïden, een groep waartoe de meest giftige stoffen horen die we in de natuur kennen.
Er zijn een acute en een chronische vorm van moederkoornvergiftiging maar vooral de chronische vergiftiging heeft veel slachtoffers geëist. Daarbij treden langdurige vernauwingen van de bloedvaten op. Handen en voeten worden daardoor koud en gaan hevig pijn doen, het sint-antonisvuur. Op den duur kan er weefsel gaan afsterven hetgeen tot verlies van handen en voeten kan leiden.
Het moederkoorn in rogge komt hier niet meer voor of is uiterst zeldzaam maar er zijn varianten van deze schimmel die nog wel op wilde planten in de natuur parasiteren. Dat zijn het zeldzame liesgrasmoederkoorn, het algemeen voorkomende pijpestrootjemoederkoorn en het zeer zeldzame waterbiesmoederkoorn.
Herman Beuvens
|

|